Wat is Toegepaste filosofie?
Hoe denkbeelden ons dagelijks leven sturen
Worden wie je bent — hoe doe je dat eigenlijk? Vind je je identiteit, of maak je die? En hoe verhoudt die zoektocht zich tot werk, verwachtingen en de wereld om je heen?
De vraag naar identiteit
Vragen naar identiteit en betekenis zijn niet nieuw. Jongeren én volwassenen zoeken naar richting, willen ertoe doen en proberen hun unieke vermogens te ontdekken en te benutten. In onze posttraditionele samenleving lijkt de mens bevrijd van vaste religies, ideologieën en tradities. We ervaren vrijheid — en juist daardoor wordt de vraag naar wie we werkelijk zijn des te dringender.
Al meer dan 3000 jaar buigen filosofen zich over de vraag: wat is de mens? Zijn wij vrije wezens of grotendeels bepaald? Leiden we ons leven vanuit waarden en morele principes, of volgen we vooral gewoonte en routine?
Grote denkers hebben uiteenlopende antwoorden gegeven. Plato zocht het wezen van de mens in de ziel, Aristoteles in een deugdzaam leven. Jean-Paul Sartre benadrukte de radicale vrijheid en verantwoordelijkheid van de mens, terwijl Charles Taylor de mens ziet als een wezen dat zichzelf altijd in relatie tot anderen vormt.
Filosofie nodigt niet uit tot het vinden van het juiste antwoord, maar tot het onderzoeken van de vraag zelf.
Maar hoe verloopt dat proces van zelfvorming in de praktijk? Hoe ontstaat een identiteit? Om onszelf en de wereld te begrijpen, bouwen we mentale voorstellingen van de werkelijkheid. We verwerken zintuiglijke indrukken, geven er betekenis aan en vormen op die manier een beeld van hoe de wereld in elkaar zit.
Wereldmodel en perspectief
Zo ontstaat wat we een wereldmodel kunnen noemen: een mentale kaart die ons helpt te navigeren. Die kaart is noodzakelijk — zonder kaart raak je de weg kwijt — maar zij is altijd een vereenvoudiging. De werkelijkheid is rijker dan haar weergave.
Problemen ontstaan wanneer mensen hun kaart verwarren met het gebied zelf. Wanneer overtuigingen onwrikbaar worden en alternatieve perspectieven niet meer worden toegelaten. Daarom waarschuwt de filosofie al eeuwen: de kaart is niet het gebied.
Ons bewustzijn kent grofweg twee manieren van waarnemen. Enerzijds ervaren we de wereld van binnenuit: als betrokken, betekenisvol, subjectief. Anderzijds proberen we haar van buitenaf te bekijken: analyserend, objectiverend, op afstand. Beide perspectieven zijn waardevol — en beide zijn beperkt.
De Franse filosoof André Klukhun spreekt in dit verband van een ‘optische misvatting’ van het bewustzijn: de neiging om onszelf los te denken van de wereld waarvan we deel uitmaken. Filosofie helpt om die blik te verruimen, door onze mentale kaarten te delen, te bevragen en gezamenlijk bij te stellen.
Filosofie bedrijven is het oefenen in perspectiefwisseling.
Filosofische lenigheid en authenticiteit
Dit vermogen om overtuigingen niet te verabsoluteren, maar te onderzoeken en te nuanceren, noemen we filosofische lenigheid. Wie begrijpt hoe zijn eigen wereldbeeld tot stand komt, ontwikkelt niet alleen zelfinzicht, maar ook begrip voor het perspectief van anderen.
Filosofie leert ons dat zelfs de meest stellige overtuigingen geworteld zijn in subjectieve ervaringen, gekleurd door aannames en vooronderstellingen. We kijken altijd vanuit een bepaald standpunt. Vanuit een bergtop ziet de wereld er anders uit dan tussen de bloemen in het gras. Elk perspectief onthult iets — en verbergt iets.
Juist dit besef vormt de kern van het moderne ideaal van authenticiteit. Filosofen als Friedrich Nietzsche en Charles Taylor benadrukken dat zelfwording geen vaststaand gegeven is, maar een praktijk. Nietzsche formuleerde het als een opdracht: hoe men wordt wat men is.
Voor Taylor is zelfontplooiing geen solistisch project. Wij ontdekken wie we zijn altijd in dialoog met anderen — met wat hij ‘significant others’ noemt. Waarden als zorg, vriendschap en verantwoordelijkheid krijgen betekenis binnen relaties en gemeenschappen.
Filosofie bedrijven doe je daarom nooit alleen. Je gaat in gesprek met denkers uit het verleden én met mensen om je heen. Zo ontstaat ruimte om jezelf te vormen, niet door jezelf te fixeren, maar door je begrip van jezelf steeds opnieuw te verruimen.
Dat is wat toegepaste filosofie beoogt: geen abstract denken om het denken, maar een oefening in bewustwording, oordeelsvorming en betekenisvol handelen.